Home In de pers

Krantenartikelen

Officiële herdenking voor eerste militaire slachtoffers

Scheveningse Courant, 30 december 2009 15:28 |

Geschreven door: Klaaske Geerst-den Dulk

 

Op 10 mei 2010, precies 70 jaar nadat Nederland werd bezet, zal een bijzondere herdenking plaats vinden op de Algemene Begraafplaats Kerkhoflaan in Scheveningen. Het betreft de officiële herdenking voor de allereerste militaire slachtoffers die hier vielen bij de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. Zij zijn destijds op dit kerkhof in een groepsgraf ter aarde gesteld. Hun namen staan vermeld op het aanwezige monument, maar het is voor de meeste nabestaanden niet bekend waar hun overleden dierbare precies ligt begraven. De Stichting Herdenking Militaire Erehof ’s Gravenhage wil recht doen aan de overledenen en de precieze locaties uitzoeken.
“Rondom Den Haag is toen flink gestreden, de bezetters wilden de vliegvelden Ockenburg, Ypenburg en Valkenburg in bezit nemen”, weet Ton Bos, voorzitter van de onlangs opgerichte Stichting Herdenking Militair Erehof ‘s Gravenhage. “Hier waren twee legeronderdelen vertegenwoordigd: de Grenadiers en de Jagers, van oudsher de beschermers van het Koninklijk Huis. Zij bevonden zich rond vliegveld Ockenburg toen de Duitsers ons land binnenvielen. Het doel van de Duitsers was uiteindelijk om het militaire hoofdkwartier aan het Lange Voorhout uit te schakelen en de Nederlandse regering en zeker de Koninklijke familie, die in het paleis Noordeinde verbleef, gevangen te nemen.”
Dat is uiteindelijk niet gelukt door de onverwachte tegenstand die men met name op Ockenburg ondervond, zoals blijkt uit het verslag van de Nederlandse luitenant Rodermond, een van de sectiecommandanten van het 22e depot bewakingstroepen. Ook de Duitse commandant, Graf von Sponeck, die destijds met z’n luchtlandingsdivisie rond Den Haag moest neerstrijken, rapporteerde over veel Nederlands verzet.
“Graf von Sponeck’s vliegtuig landde uiteindelijk op het strand van Kijkduin. In veel boeken wordt geschreven dat hij een bos bloemen bij zich had. Die bloemen zou hij aan koningin Wilhelmina geven wanneer hij haar gevangen nam. Zover is het niet gekomen. Jonge, slecht bewapende rekruten vochten tegen zeer goed geoefende en uitstekend bewapende Duitsers Daarbij kwamen veel Nederlandse militairen om, waaronder ook Korporaal Ton Joosten. Hij is één van de 167 die werden begraven op de Kerkhoflaan, maar hij is de enige waarvan we zeker weten waar hij ligt, namelijk helemaal links vooraan.”
Deze zekerheid komt van een ooggetuigenverslag. De zwaargewonde soldaten werden eerst naar een stukje grasland naast vliegveld Ockenburg gebracht en rond vier uur ‘s middags naar het Rode Kruis Ziekenhuis. “Ton Joosten leefde toen nog”, vertelt Marlies Bos. “Mijn moeder was met hem verloofd en woonde met haar ouders in de Begoniastraat op loopafstand van het Rode Kruis Ziekenhuis. Zij kon hem die zaterdag in het ziekenhuis bezoeken, waar hij twee dagen later, op eerste Pinksterdag, aan zijn verwondingen overleed.

Zij wist als een van weinigen dat hij daarna naar het Algemene Kerkhof aan de Kerkhoflaan is gebracht en zag hoe hij samen met nog meer militairen werd begraven. De plek waar Ton Joosten ter aarde werd gesteld stond voorgoed in haar geheugen gegrift. Ze bezocht zijn graf bijna dagelijks.”
De meeste militairen kwamen uit andere plaatsen en hun families vernamen pas veel later dat hun dierbaren al op 10 mei 1940 waren gesneuveld. De informatie waar hun dierbare precies begraven lag ontving men soms wel één tot twee jaar na het overlijden.
Doordat de groep bij Ockenburg zo lang stand had gehouden, en de Grenadiers en Jagers de Duitsers naar Overschie verdreven, kon de Koningin en haar gevolg nog net op tijd naar Engeland uitwijken. “Wat door deze mannen gepresteerd is tegenover een grote overmacht die modern en zwaar bewapend was, is onvoorstelbaar. Ze hadden eigenlijk geen schijn van kans. Deze jonge helden, die helaas als de allereerste militaire slachtoffers van de landmacht, luchtmacht en de zeemacht de geschiedenis ingingen, zijn omgekomen bij de verdediging van de vesting Holland. Zij worden na precies 70 jaar alsnog officieel geëerd op het bijzondere Militaire Erehof ’s Gravenhage”, vertelt Ton Bos.
De meeste nabestaanden hebben echter tot op de dag van vandaag geen duidelijkheid waar de exacte laatste rustplaats van hun dierbaren is omdat het officiële grafregister nog ontbreekt. Door de grote verwarring in die eerste oorlogsdagen werden deze mannen waarschijnlijk begraven zonder de gebruikelijke zorgvuldige registratie. Het was oorlog en men verwachtte duizend stoffelijke overschotten te moeten begraven. Dat betekende dag en nacht aan het werk binnen een beperkt beschikbaar stuk grond.
“Het doel van de Stichting is om de helden uit de Slag om de Residentie uit de anonimiteit te halen en hun graf een naam te geven”, legt Ton Bos uit. “Dus niet alleen zij die bij- of op Ockenburg streden, maar allen die meehielpen bij de verdediging van de residentie. De stichting is bovendien niet alleen op zoek naar nabestaanden en familieleden van deze gesneuvelde militairen maar ook naar die van overlevenden. De Stichting wil herinneringen, verhalen en mogelijk ook foto’s uit die tijd vastleggen om een archief op te bouwen over wat er toen gebeurd is. Het is al 70 jaar geleden dus de tijd dringt, er is al te veel informatie verloren gegaan.”
Het bestuur van de Stichting Herdenking Militaire Erehof ‘s Gravenhage, bestaande uit Ton Bos en Marlies Bos, zijn vastbesloten om alle gegevens boven tafel te krijgen. “Zo kreeg ik een brief onder ogen van de toenmalige directeur van de begraafplaats van mei 1940”, vertelt Ton Bos. “Hij beschreef de vele vrachtwagens voor de ingang met daarop een groot aantal kisten waarin zich de stoffelijke overschotten bevonden van het bombardement op de Nieuwe Alexander kazerne. Het hele kerkhof lag vol met stoffelijke overschotten die nog begraven moesten worden. We bestudeerden ook foto’s van het groepsgraf uit die tijd. Zo was op één van die foto’s een soort herdenkingssteen te zien. Het bleek een kruis met een naam erop maar bij uitvergroting stond verderop tegen een heg nog een andere steen met precies dezelfde naam. Hoe kon het dat nabestaanden gedenktekens op een graf plaatsten zonder te weten waar hun dierbare werkelijk lag? Maar ook hoe konden er meerdere graftekens van dezelfde militair op verschillende plaatsen van het erehof staan?”
Mocht een nabestaande of betrokken oud-militair (of familie daarvan) meer informatie hebben, dan hoopt de Stichting Herdenking Militair Erehof ’s Gravenhage dat men zo spoedig mogelijk contact met hen opneemt. “Daarnaast wordt een ieder die deze bijzondere herdenking op 10 mei wenst bij te wonen verzocht om contact op te nemen met het bestuur. Maar bent u om een of andere reden niet in de gelegenheid, dan wordt u toch verzocht contact op te nemen; er kan wellicht iets geregeld worden. Ook mensen die de doelstellingen van de stichting een warm hart toe dragen en hen mogelijk financieel willen ondersteunen worden uitgenodigd om te reageren.”

 

U kunt uw brieven richten aan Stichting Herdenking Militaire Erehof ’s-Gravenhage, Elzenhorst 14 - 2742 CJ Waddinxveen, E-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

 







 


Ingezonden stuk in de Oud-Hagenaar van 7 juli 2009