Stichting Herdenking Militaire Erehof ’s-Gravenhage
Het bestuur van de stichting bestaat uit twee leden:
Het Militaire Erehof bevindt zich op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan te 's-Gravenhage (niet ver verwijderd van Madurodam). Op dit Militaire Erehof staat een monument met daarop de namen van 167 gesneuvelde militairen, die bijna allemaal zijn gesneuveld bij de verdediging van de residentie.
Het initiatief voor het oprichten van de Stichting is ontstaan nadat de heer Bos onderzoek had gedaan naar de overleden korporaal Ton Joosten, die in 1940 verloofd was met zijn moeder. Na een aantal gesprekken van mevrouw Marlies Bos (zus van de voorzitter) en de heer Ton Bos (voorzitter), werd besloten om een Stichting op te richten om zodoende meer body en inhoud te kunnen geven aan de uitvoering van de doelstellingen van de stichting.
Het Militaire Erehof is een vergeten erehof en de staat van het onderhoud liet veel te wensen over. De enige herinnering aan de gesneuvelde militairen is een monument waarin alle 167 namen van de begraven soldaten zijn gebeiteld.
Van de gesneuvelden is niet bekend waar zij precies zijn begraven mede omdat de kruizen van de militairen wellicht niet altijd de juiste plaats van hun graf markeerden en daarom later werden verwijderd.
Bovendien blijkt o.a. uit correspondentie tijdens de oorlogsjaren dat op het erehof vijf soldaten niet op dit erehof liggen, maar waarschijnlijk elders op deze begraafplaats een laatste rustplaats kregen. Soldaten waarvan de naam dus wel op het monument voorkomt, maar er waarschijnlijk niet begraven liggen. Inmiddels is dat voor 2 gesneuvelden vrijwel zeker, omdat die namen inmiddels bekend zijn.
In de jaren zestig is ook nog het stoffelijk overschot van een gesneuvelde militair overgebracht van zijn aanvankelijke graf in Loosduinen naar dit Militaire Erehof om aldaar zijn laatste rustplaats te vinden. Ongetwijfeld zal in de eerste jaren van de oorlog hier jaarlijks een herdenking hebben plaatsgevonden maar gaandeweg in de oorlog werd dit door de Duitse bezetters verboden. Of de herdenkingen na de oorlog nog hebben plaatsgevonden is niet bekend, in ieder geval zijn er naar onze waarneming de laatste tientallen jaren geen herdenkingen meer geweest.
Een korte terugblik.
De gesneuvelden militairen, de meesten nog rekruten, waren ingezet om de residentie met haar vliegvelden Ockenburgh, Ypenburg en Valkenburg te verdedigen en zo trachtten te voorkomen dat de Duitsers de vliegvelden in hun bezit konden krijgen en daarmee de weg naar de residentie kwam vrij te liggen.
Het voormalige vliegveld Ockenburgh, nu een groot complex met voetbalvelden, lag aan de rand van Den Haag. Pal naast het voormalige vliegveld bevindt zich nu de begraafplaats Westduin. Op de scheidingsgrens van het sportcomplex en de begraafplaats is nu alleen nog een stukje duinwal overgebleven. Bij deze duinwal is hevig gevochten en het bezit van deze duinwal is dan ook van groot belang geweest voor de militairen. Wie de duinwal onder controle had, had ook de controle over het vliegveld. Het uit rekruten bestaande 22e Depot Bewakingstroepen verdedigde dit veld, daarbij de eerder genoemde korporaal Ton Joosten.
In en om Den Haag waren veel rekruten gelegerd, maar ook Grenadiers, Jagers en Huzaren. Zij hebben met kracht en moed hun strijd gevochten waarbij men niet mag vergeten dat dit een moeilijke strijd moet zijn geweest. De summiere bewapening van het Nederlandse leger stond tegenover een grote Duitse militaire en zwaar bewapende aanvalsmacht. Het is dan ook een huzarenstukje geweest dat de kleine Nederlandse militaire verdediging de Duitsers tot wanhoop kon drijven. Aanval na aanval werd afgeslagen en vele Duitse soldaten werden gevangen genomen. Ook kon het Nederlandse luchtdoelgeschut een groot aantal Duitse transportvliegtuigen neerhalen wat natuurlijk een flinke domper was voor de Duitsers.
Van welke historische waarde de verdediging Ockenburgh was, bleek achteraf.
Pas na het moment dat de Duitsers Rotterdam bombardeerden en de daarop volgende capitulatie van het Nederlandse leger kwam het vliegveld Ockenburgh in Duitse handen.
En deze dappere militairen, die hun leven hebben gegeven voor ons vaderland, mogen dus nooit meer worden vergeten en verdienen alle eer en een jaarlijkse herdenking.